Rendement van obligaties


Met het rendement van een obligatie wordt meestal bedoeld het effectief rendement. Het effectief rendement kan benaderd worden door de som van het coupon rende­ment en het aflossingsresultaat. Dit aflossingsresultaat kan ook negatief zijn.

Bij de berekening van het effectief rendement dat bijvoorbeeld op de financiële pagi­na’s van de dagbla­den te vinden is, is ook rekening gehouden met de tijdswaarde van geld: 1 euro nu zal meer waard zijn dan 1 euro over 5 jaar.

Het couponrendement is gelijk aan de couponopbrengst over de nominale waarde gedeeld door de beurswaar­de.

Het aflossingsresultaat is gelijk aan het voor- of nadeel van de aflossingswaarde ten opzichte van de aankoopprijs gedeeld door de resterende looptijd (bij een bullet lening die in één keer aflost) of gemiddelde looptijd (bij een lotende lening).
 
Rentevergoeding
De rentevergoeding die de uitgevende instelling bij emissie moet betalen aan de obligatiebeleggers wordt als volgt bepaald:

1. door het renteniveau op het tijdstip van de emissie en de looptijd van de lening.
2. looptijd van de lening – naarmate de belegger langer zijn geld afstaat, zal hij in de meeste gevallen een
hogere rente­ver­goe­ding verlan­gen omdat de onzekerheid over de toekomstige inflatie en het koersrisico meestal groter is.
3. de kredietwaardigheid van de uitgevende instelling. Een onderneming met een solide financiële positie za
een lagere rentevergoeding betalen dan onder­nemingen die er minder goed voor staan.

De beste Nederlandse debiteur is de Nederlandse Staat. Deze betaalt derhalve de laagste rentevergoe­ding.

Een indicatie voor het debiteurenrisico vormt de waardering van een obligatie. Ook wel ‘rating’ ge­noemd. Een aantal gerenommeerde instituten zoals Moody’s en Stand­ard & Poors kent ratings toe aan ondernemingen en zelfs overheden. Deze kwalificatie van de kredietwaardigheid is met name geba­seerd op de liquiditeit, de solvabiliteit en de rentabiliteit van de uitgevende instelling. Bij de meeste institu­ten vindt een indeling plaats naar letters en cijfers.

De letter A staat voor een goede kredietwaardigheid, B wordt speculatief en C betekent een aanzienlijk debiteurenrisico. Lagere ratings betekenen dat de belegger te maken heeft met een vrijwel failliete boedel.

De duration ( als maatstaf voor de rentegevoeligheid) heeft de volgende kenmerken:
– Hoe hoger (lager) de coupon, hoe lager (hoger) de duration
– Hoe langer (korter) de looptijd van de lening, hoe hoger (lager) de duration
– Hoe hoger (lager) het effectief rendement, hoe lager (hoger) de duration

Dus een obligatie met een lange looptijd, een lage couponrente en een laag verwacht rendement, daalt het hardst als de rente stijgt (en vice versa).

Koersresultaat
Als de belegger de obligatie bij emissie tegen de nominale waarde (waarde die op de obligatie staat) aankoopt en tot de afloopdatum aanhoudt dan krijgt hij precies deze nominale waarde weer in handen op de aflossingsdatum. Gedu­rende de looptijd fluctu­eert de koers van een obligatielening op basis van de veran­deringen in de marktrente.

Bij tussen­tijdse aan- of verkoop kan daardoor een positief of nega­tief koersresultaat behaald worden.

voorbeeld



De hoogte van de coupon
Dit is de rente die de belegger jaarlijks ontvangt als vergoeding voor het beschikbaar stellen van kapitaal. In het voorbeeld: 4,0%.

De naam van de debiteur
Dit is de partij waaraan het geld wordt uitgeleend. In het voorbeeld: KPN

Rating
Dit is de kredietwaardigheid van een onderneming.

Het jaar van uitgifte en aflossing
Traditioneel worden obligatieleningen uitgeloot waarbij jaarlijks een deel van de lening wordt terugbetaald. Tegenwoordig worden voornamelijk bullet-leningen uitgegeven. Dit zijn obligaties die in één keer worden afgelost. In dit voorbeeld is de lening uitgege­ven in 2005 en zal de lening worden afgelost in 2015.

De couponvervaldatum
Dit is de datum waarop de belegger periodiek de rentever­goeding (coupon) ontvangt. In dit geval op 22  juni. Dit is ook de datum waarop in 2015 de lening zal worden afgelost.

De koers
De koers wordt uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde. Een belegger die voor een nominale waarde van EUR 1.000 koopt, zal indien de koers 106,40% staat, daarvoor dus EUR 1.060,40 (exclusief de meegekochte rente) betalen.

De looptijd
In het voorbeeld  is de resterende looptijd van de lening zo’n 3 jaar.

Effectief rendement
Het effectief rendement is in dit geval 3,115%.

Duration
Duration is een maatstaf  voor de rentegevoeligheid van een obligatie.  Als de rente met 1% zal stijgen, dan zal deze obligatie met ongeveer 3% dalen en andersom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s